| Ik
had jullie beloofd de voorlopige conclusies te mailen uit het vooronderzoek
dat ik heb afgerond maar verder heb laten liggen. Mijn dank nog voor
jullie medewerking. Ik wil jullie dan ook niet verstoken laten van de
info die er uit is gekomen. Producenten, regisseurs en de meeste FA vinden zich goed tot zeer goed communiseren met mensen die herarchisch onder hun werken cq aansturen. De weg naar boven wordt lastiger gevonden. De meeste scoren zich daar op voldoende. Hoe lager op de ladder, hoe meer medewerkers willen weten over het project waar ze voor gevraagd zijn voordat ze de opdracht accepteren. Hoe lager op de ladder hoe minder er met ze gesproken wordt. Meer dan 50% van de cast/crew (FA uitgezonderd) is te bang om kritiek te uiten op de set, ookal hebben ze daar behoefte aan. Voordat regisseurs en producenten ja tegen elkaar zeggen willen ze eigenlijk 6 a 7 onderwerpen besproken hebben. Daar hebben ze gemiddeld 1 a 2 gesprekken over en 2 telefoontjes. Als grootste boosdoener in conflicten wordt aangegeven door producenten/regie/crew en cast: onduidelijke afspraken, geen heldere taakverdeling, onhelderheid over elkaars rollen en zeggenschap. Mijn totaal voorbarige conclusie zou luiden als ik er nader onderzoek naar gedaan zou hebben. Men zegt te snel ja tegen een opdracht. Verwerft te weinig helderheid over zaken die hem/haar van belang lijken. Als het misgaat is men bang voor een negatieve reputatie en uit geen kritiek. Naar boven komen geen verontrustende signalen. Men denkt dat het goed gaat en dat men juist communiseert met de leden die hij of zij aanstuurt. Voorbarig en ongevraagd advies. Dwing lange gesprekken af. Elk project is anders ookal werk je met de zelfde mensen. Omstandigheden zullen altijd wisselen. Investeren in verwachtingsmanagement heet dat in het zakelijk verkeer. Als er achteraf bijgestuurd moet worden gaat dat met motivatieproblemen en gebroken dromen gepaard. Ik wil me graag nog eens mondeling toelichten. Groet Edward (edward@zintraining.nl) |